In de Media

Gepubliceerd: Santé
Datum: Mei 2020
Door: Kim van der Meulen

 

Niet alleen op het strand is zonnebrandcrème belangrijk. De zon schijnt net zo fel op het balkon of op het sportveld. Bescherm je dus gewoon áltijd tegen de zon. Dr. Jetske Ultee in Santé over hoe je dat het beste doet.

 

Veilig de zon in

 

Wat doe je als je de zon in gaat? Smeren, smeren, smeren natuurlijk. Met een dikke laag zonnebrand met een hoge factor. Want alleen zo voorkom je dat je huid onherstelbare schade oploopt.

 

 

Zonnevitamine

De zon is niet alleen maar slecht voor je. Zo is zonlicht de belangrijkste bron van vitamine D, die zorgt voor sterke botten en een goede weerstand. Je kunt deze vitamine binnenkrijgen via eten, maar je lichaam maakt ’m vooral aan onder invloed van zonlicht. Om genoeg vitamine D binnen te krijgen, hoef je niet eindeloos in de zon te zitten: heb je een lichte huid, dan is het genoeg om je handen en gezicht onbeschermd vijftien tot dertig minuten aan de zon bloot te stellen. Blijf je langer in de zon, smeer je dan in met zonnebrandcrème. Een donkere huid maakt minder snel vitamine D aan dan een lichte huid en moet dus langer onbeschermd aan de zon worden blootgesteld om genoeg binnen te krijgen. Omdat dit niet verstandig is – ook een donkere huid kan zonschade oplopen – adviseert het Voedingscentrum vitamine-D-supplementen te nemen.

 

Niets voelt zo lekker als die eerste zonnige lentedag na een lange, grauwe winter: opeens kun je weer op je balkon zitten, zonder jas naar buiten en hardlopen in je korte broek. In je enthousiasme zou je je bijna vergeten in te smeren. Toch is dat belangrijk: zelfs op een bewolkte dag kan de zon schade aan je huid aanrichten. Ook als je niet verbrandt, want zonschade is lang niet altijd zichtbaar.

 

 

Zo werkt verbranding

Zonlicht bestaat deels uit uv-straling, en die is schadelijk voor je huid. Twee typen kunnen zelfs huidkanker veroorzaken als je er een grote dosis van binnenkrijgt: uv-A-straling en uv-B-straling. Die eerste  is overdag altijd aanwezig. Uv-A-straling komt door wolken en glas heen, dringt diep in de huid en kan huidschade en -veroudering veroorzaken op de lange termijn. Uv-B-straling is rond het middaguur het sterkst, stimuleert de aanmaak van melanine (het stofje dat de huid enigszins, maar lang niet voldoende beschermt tegen verbranding), verkleurt de huid en veroorzaakt acute zonschade. “Als de zon op je huid schijnt, ontstaan er foutjes in je dna”, legt dermatoloog dr. Elsemieke Plasmeijer van het Antoni van Leeuwenhoek uit. “Die worden vaak weer hersteld, want je lichaam en huid hebben een goed reparatiemechanisme. Maar er zit een grens aan.” Is je huid vaak blootgesteld aan uv-straling door de zon of zonnebank, dan kan je huid die foutjes op een gegeven moment niet meer herstellen. De zonschade bouwt zich dan langzaam op in je cellen. “Elke dag delen miljoenen cellen in het lichaam”, zegt Plasmeijer. “Wanneer zo’n foutje in het dna niet meer hersteld wordt, blijft een cel zich ongeremd delen en ontstaat op een gegeven moment huidkanker.” Iedereen kan huidkanker krijgen door overmatige blootstelling aan de zon, zegt de dermatoloog, al zijn mensen die als kind vaak verbrand zijn er vatbaarder voor. Op jonge leeftijd is de zon schadelijker voor je, omdat je cellen dan sneller delen. Ook mensen met een lichte huid lopen meer risico. Zij hebben minder pigment en zijn zo van nature minder beschermd tegen uv-straling. “Maar ook als je een getinte huid hebt, moet je je beschermen tegen de zon. Dat je huid geen signaal geeft dat je aan het verbranden bent, betekent niet dat je geen gevaar loopt. Je huid loopt dezelfde dna-beschadiging op.”

 

 

“Als de zon op je huid schijnt, ontstaan er foutjes in je DNA”

 

 

Heel veel huidkanker

Huidkanker is de meest voorkomende vorm van kanker in ons land: in 2019 kregen maar liefst 70.000 Nederlanders deze diagnose. In veel gevallen had dat voorkomen kunnen worden door minder lang, minder vaak en beter beschermd de zon in te gaan, want de belangrijkste oorzaak is overmatige blootstelling aan uv-straling door de zon of zonnebank. “Eén op de zes Nederlanders krijgt in zijn of haar leven de meest voorkomende vorm van huidkanker”, zegt Plasmeijer. Die heet basaalcelcarcinoom (BCC) en komt vooral voor op plekken die veel zon hebben gehad: het gezicht, de hals, onderarmen en handen. Uitzaaiingen komen niet voor, waardoor deze vorm weleens ‘goedaardige huidkanker’ wordt genoemd. “Onterecht”, zegt de dermatoloog. “Want afhankelijk van het type BCC moet de plek worden behandeld met chemotherapiecrème of worden weggesneden, en dat laatste kan een groot litteken opleveren. Bovendien is de kans redelijk groot dat er opnieuw een plekje op je huid ontstaat als je er eenmaal een hebt gehad. Je gaat er niet dood aan, maar het kan toch schrikken zijn.”

 

 

Onbeschermd hardlopen

Basaalcelcarcinoom komt vooral voor bij mensen die vaak verbranden, zegt Plasmeijer. “Dat zijn niet alleen mensen die twee weken liggen bakken tijdens hun jaarlijkse zonvakantie in Spanje. Ik kom ook weleens dertigers tegen die een BCC hebben omdat ze onbeschermd hardlopen, bijvoorbeeld omdat ze zweet en zonnebrand geen fijne combinatie vinden.” Ook een andere vorm van huidkanker, een plaveiselcelcarcinoom (PCC), komt vooral voor op plekken die veel zon hebben gekregen: de meest voorkomende oorzaak is veelvuldige blootstelling aan zonlicht over een lange periode.

 

 

Stijgende cijfers

Het aantal geregistreerde gevallen van huidkanker is de laatste jaren flink gestegen, blijkt uit onderzoek van het Integraal Kankercentrum Nederland. In 2015 telde ons land nog ruim 15.000 patiënten met huidkanker; in 2018 waren dat er 21.000. Dat komt ook doordat de registratie sinds 2016 nauwkeuriger wordt bijgehouden. Plekjes die door huisartsen worden weggehaald, worden sinds dat jaar pas meegenomen in de registratie. “De laatste tien, vijftien jaar is er meer aandacht gekomen voor huidkanker”, zegt dermatoloog Plasmeijer. “Daardoor gaan mensen sneller naar de dokter.” In zo’n 85 procent van de gevallen gaat het om een basaalcelcarcinoom. 95 procent van deze patiënten is ouder dan veertig jaar. Een melanoom kan op elke leeftijd na de puberteit voorkomen.

 

 

Smeren, smeren, smeren

Niet alleen op strandvakantie, maar ook op een bewolkte zomerdag in de achtertuin kan je huid flinke schade oplopen. Dat heeft te maken met de zonkracht, ook wel uv-index genoemd. In Nederland varieert de zonkracht van 1 tot 9. Bij die hoogste zonkracht verbrandt je onbeschermde huid al na een minuut of tien, en ook op een bewolkte dag kan de zonfactor hoog zijn. Uv-A-stralen bereiken de huid altijd, ook in de winter en als het bewolkt is. Altijd smeren dus, en extra goed bij zonkracht 3 of hoger. Dat is in Nederland van ongeveer maart tot oktober. Met deze tips van dr. Jetske Ultee, onderzoeksarts in de cosmetische dermatologie, bescherm je je huid goed:

 

 

Check het etiket

“Als ik een zonneproduct kies, kijk ik als eerste naar de zonnefilters. Goede keuzes zijn bijvoorbeeld tinosorb S, M en A2B, titaniumdioxide en zinkoxide. Vermijd irriterende stoffen, zoals geurstoffen: die kunnen in combinatie met zonlicht vlekken veroorzaken en huidveroudering versnellen. En ga liever niet voor een spray. Daar zit vaak alcohol in, die de huid uitdroogt, en je brengt er al snel te weinig van aan. De prijs zegt trouwens niet zo veel over de kwaliteit, al zijn goede zonnefilters en antioxidanten kostbaar om toe te voegen. Gebruik het liefst elk jaar een nieuwe zonnebrandcrème: na het openen blijft ’ie twaalf maanden goed, maar door blootstelling aan licht en hitte wordt elk product uiteindelijk minder werkzaam.”

 

 

Factor

“Kies een zonnebrandproduct dat beschermt tegen uv-A- én uv-B-straling. Die eerste is te herkennen aan een uv-A-logo op de verpakking. De SPF, oftewel de factor, geeft aan in welke mate er uv-B-straling wordt tegengehouden. Als je vaak en genoeg smeert, is dat bij factor 15 ruim 93 procent; bij factor 30 zo’n 97 procent en bij factor 50 maar één procent meer: 98 procent. Een hoge factor houdt dus meer straling tegen, maar een extreem hoge factor is vaak wat minder prettig in gebruik. SPF15 is een goede keuze voor dagelijks gebruik en SPF30 als je een lichte huid of pigmentvlekken hebt. In de zomer kan iedereen het best SPF30 smeren. Smeer je weinig en niet vaak genoeg, dan is het verstandig om voor SPF50 of hoger te kiezen.”

 

 

Voor het hele lichaam

“Zonnebrandcrèmes voor je gezicht kun je ook voor je lichaam gebruiken, maar ik raad aan om te kiezen voor een apart product met antioxidanten voor je gezicht, hals en handen, die de meeste zonnestralen vangen. Zonnefilters kunnen uv-straling nooit helemaal blokkeren, en bij te veel uv-straling maakt de huid vrije radicalen aan. Die zijn onder andere verantwoordelijk voor huidveroudering. Antioxidanten in zonnebrandcrème, zoals niacinamide, cafeïne, vitamine C en E, en ferulinezuur, kunnen de huid helpen vrije radicalen te bestrijden. Breng daarnaast nog een aparte crème met antioxidanten aan. Door die combinatie ben je goed beschermd en voorkom je pigmentvlekken.”

 

 

Smeer ruim en vaak

“Gebruik een ruime halve theelepel zonnebrandcrème op je gezicht en zo’n zes theelepels voor je lichaam. Zodra je de crème aanbrengt, ben je beschermd. Laat ’m wel een kwartiertje inwerken, zodat er een gelijkmatig verdeeld laagje overblijft. Mijn advies voor alle huidtypes: smeer je op zonnige dagen om de twee uur in, liefst met SPF30, en breng een extra laag aan na het zwemmen, transpireren of wegvegen van de crème. En vermijd de zon tussen 12.00 en 15.00 uur, als de zonkracht het hoogst is. Ook in de schaduw kun je verkleuren en verbranden, dus blijf je ook dan insmeren.”

 

 

Linda kreeg een melanoom

Linda Reijmerink (48) kreeg twintig jaar geleden een melanoom, dat uitzaaide naar de hersenen. “Ik heb rood haar en sproeten, dus ik verbrand snel. Als kind smeerden mijn ouders me daarom altijd goed in. Maar toen we thuis een zonnehemel kregen – heel populair in de jaren tachtig – ontdekte ik dat ik daaronder niet verbrandde. Ik vond het heerlijk, die warmte die je tot in je botten voelde. Ik heb er uren onder gelegen: twee, drie keer per week, van mijn zeventiende tot mijn 23ste toen ik uit huis ging. Insmeren deed ik niet, want ik verbrandde toch niet. Op mijn achtentwintigste ontdekte ik op mijn rug een plekje. Het leek een stapeltje sproeten en het jeukte. De huisarts herkende het meteen: een melanoom. Ik schoot vol in de ontkenning: ik was een vitale vrouw, ik kon toch geen huidkanker hebben? Een week later kon ik al terecht bij een dermatoloog, die het plekje verwijderde. In de vijf jaar daarna werd mijn huid jaarlijks gecontroleerd op afwijkingen, maar ik bleef schoon: er was geen aanleiding om me te volgen. Jarenlang had ik nergens last van, tot ik vorig jaar een hersenbloeding kreeg. Al een tijdje had ik pijn in mijn gewrichten en linkerhand, en toen ik op een avond eten stond te maken, begon alles om me heen te draaien en zakte ik door mijn benen. In het ziekenhuis bleek dat ik een hersentumor had, veroorzaakt door uitzaaiingen van het melanoom. Ik ben geopereerd, bestraald en heb immuuntherapie gekregen. Nu ben ik aan het revalideren. Of ik door die zonnehemel een melanoom heb gekregen, weet ik niet, maar het heeft zeker invloed gehad. Van warmte op mijn huid hou ik nog steeds, maar ik ga nu altijd beschermd de zon in: ik smeer factor 50 en draag een zonnebril. Ik maak graag wandelingen en draag gewoon zomerjurkjes. Dat kan prima als ik me goed insmeer; ik heb geen levenslang door dat melanoom. Mijn vier kinderen heb ik ook altijd goed ingesmeerd. Er staat altijd een fles zonnebrandcrème klaar die iedereen kan pakken.”

 

 

Zonschade preventie

Het grote verschil met een BCC is dat deze vorm van kanker kan uitzaaien als ’ie niet op tijd wordt behandeld, al komt dat niet heel vaak voor. “Dat gebeurt bij één tot vijf procent van alle gevallen”, zegt Plasmeijer. “Deze vorm van huidkanker zien we vooral bij mensen die veel uren doorbrengen in de zon, maar die niet per se vaak verbranden. Denk aan boeren, stratenmakers en andere mensen die voor hun werk veel buiten zijn. Hun huid wordt misschien niet rood door verbranding, maar dat betekent niet dat ze geen huidkanker kunnen krijgen.” Tot slot is er nog melanoom, een agressieve vorm van huidkanker die overal op het lichaam kan ontstaan en kan uitzaaien naar andere delen van het lichaam. Een melanoom kan zelfs voorkomen op schaamlippen, onder voeten en onder nagels.

 

Melanomen worden niet altijd veroorzaakt door de zon; genetische aanleg kan ook een oorzaak zijn. Maar in de meeste gevallen ontstaan ze uit een moedervlek en is de zon wel degelijk de oorzaak. “Een melanoom komt vooral voor op zonbeschenen huid bij mensen die vaak in de zon zijn geweest en veel moedervlekken hebben”, zegt de dermatoloog. “Het verschil met de eerdergenoemde vormen van huidkanker zit ’m in het type cel: een melanoom ontstaat in de pigmentvormende cellen in de opperhuid. Die cellen zijn bij kinderen en tieners heel actief, waardoor moedervlekken ontstaan – dat zijn hoopjes pigmentcellen. Maar als die nog ontstaan of veranderen als je halverwege de dertig bent, moet je die plek goed in de gaten houden.” Je loopt een groter risico op een melanoom als je meer dan honderd moedervlekken hebt, als je een lichte huid hebt en snel verbrandt, als je vroeger vaak bent verbrand of als je veel straling van de zonnebank op je huid hebt gehad.

 

 

“Dat je huid geen signaal geeft dat je aan het verbranden bent, betekent niet dat je geen gevaar loopt”

 

 

Een uitgezaaid melanoom kan dodelijk zijn: in 2018 overleden 793 Nederlanders hieraan. Je huid altijd goed blijven controleren, dus.

 

 

Huidkanker herkennen

Meestal herken je huidkanker, welke vorm dan ook, aan een plekje op de huid dat opeens verschijnt of verandert. Zo begint een BCC meestal als een roze, huidkleurig of lichtbruin bultje dat steeds groter wordt, al dan niet met een korstje in het midden. Ook kan het eruitzien als een eczeemplek die niet weggaat. Een PCC ziet er meestal uit als een lichtroze knobbeltje dat langzaam groeit, een verhoornd plekje of een klein wondje dat groter wordt. Een melanoom herken je aan (moeder)vlekken die van grootte, kleur of uiterlijk veranderen, maar in de helft van de gevallen ontstaan ze nieuw op de huid (dus niet uit een moedervlek). “Zelfonderzoek is daarom belangrijk, al is het soms moeilijk om moedervlekken te onderscheiden van ouderdomsplekjes of skin tags”, zegt Plasmeijer. Met de ‘ABCDE-methode’ (zie hieronder) kun je nagaan of je mogelijk een melanoom hebt. Vertrouw je het niet? Ga dan naar je huisarts.

 

ASYMMETRY: de plek is niet symmetrisch qua kleur of vorm

BORDER: de plek is niet mooi rond, maar heeft grillige randen

COLOUR: de plek verandert van kleur

DIAMETER: de plek heeft een doorsnede van meer dan 5 mm

EVOLVING: de plek verandert, jeukt of bloedt

 

Dr. Jetske Ultee verscheen ook in deze media

Winq Mei/juni 2020 Slik je knap
Margriet 21 mei 2020 Op je gezondheid
Santé Mei 2020 Veilig de zon in